Voorziening voor Transitievergoedingen fiscaal toegestaan?

Fiscaal handig

Het opnemen van een voorziening in de jaarrekening kan fiscaal aantrekkelijk zijn om de belastbare winst in dat jaar te drukken. Het is de vraag of je zo’n voorziening ook kunt creëren voor transitievergoedingen. Over dat onderwerp is nog weinig jurisprudentie beschikbaar. De rechtbank Noord-Nederland heeft op 2 april 2019 een eerste zaak beoordeeld.

Een ondernemer, eigenaar van een eenmanszaak, had in zijn aangifte IB/PVV 2014 een bedrag van € 79.956 gedoteerd aan de post ‘overige voorzieningen’ met als omschrijving ‘Transitievergoeding’. Dit vanwege de invoering van de WWZ met de wettelijke transitievergoeding per 1 juli 2015.

De inspecteur van belastingen accepteerde deze voorziening niet en vond dat de belastbare winst  € 79.956  hoger lag dan was opgegeven. De ondernemer ontving een forse naheffingsaanslag.

De rechtbank beoordeelt de zaak aan de hand van de bekende criteria die door de Hoge Raad zijn geformuleerd in het Baksteenarrest van 26 augustus 1998.

Een voorziening voor toekomstige uitgaven mag worden gevormd:

  1. indien die uitgaven hun oorsprong vinden in feiten of omstandigheden, die zich in de periode voorafgaande aan de balansdatum hebben voorgedaan
  2. en ook overigens aan die periode kunnen worden toegerekend,
  3. en ter zake waarvan een redelijke mate van zekerheid bestaat dat zij zich zullen voordoen.

Er bestond naar het oordeel van de rechtbank op 31 december 2014 geen redelijke mate van zekerheid dat de ondernemer in de toekomst ter zake van de werknemers die op dat moment bij hem in dienst waren een transitievergoeding verschuldigd zou zijn. Er is daarom niet voldaan aan de derde voorwaarde uit het Baksteenarrest voor het vormen van een voorziening. Dat volgens de ondernemer de maatschappelijke ontwikkeling laat zien dat werknemers niet meer hun hele leven bij dezelfde werkgever werkzaam zijn, acht de rechtbank onvoldoende om enkel op grond daarvan te oordelen dat aan die voorwaarde is voldaan. Dat leidt de rechtbank tot de conclusie dat de fiscus de dotatie aan de voorziening ‘Transitievergoeding’ terecht heeft geweigerd.

 

Betekent dit nu dat er nooit een voorziening mag worden gevormd voor toekomstige transitievergoedingen?

Het vormen van een voorziening voor toekomstig uit te keren transitievergoedingen is juist goed koopmansgebruik!

Vooropgesteld moet worden dat ondernemers die aantoonbaar van plan zijn om in het komende boekjaar personeel te ontslaan of redelijkerwijs kunnen verwachten dat zij transitievergoeding moeten gaan uitkeren, daarvoor wel een voorziening transitievergoeding mogen treffen.

De wettelijke transitievergoeding is op dit moment alleen verschuldigd bij ontslag van medewerkers die meer dan twee jaar in dienst zijn geweest. Naar verwachting zal per 1 januari 2020 de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) worden ingevoerd. Het wetsvoorstel is op 5 februari 2019 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt nu ter beoordeling bij de Eerste Kamer. Onder de nieuwe WAB heeft een werknemer al vanaf zijn eerste werkdag recht op een transitievergoeding bij ontslag. Ook bij het niet-verlengen van een tijdelijk contract, zal dus met de betreffende medewerker moeten worden afgerekend. Vooral bij grotere ondernemingen wordt het dan haast onvermijdelijk dat jaarlijks een bedrag aan transitievergoedingen moet worden uitgekeerd aan (onvrijwillig) vertrekkend personeel. Het vormen van een voorziening voor toekomstig uit te keren transitievergoedingen is dan juist goed koopmansgebruik!

 

Mr. Saskia van Gessel